De rol van waterkwaliteit bij het ontstaan van putcorrosie

Samenvatting:

  • In een goed ontworpen drinkwatersysteem vormt zich onder gunstige omstandigheden spontaan een beschermende laag.

  • Zodra de waterchemie zodanig is dat deze laag lokaal wordt afgebroken (of de vorming ervan wordt verhinderd), kan putcorrosie ontstaan.

  • ‘Waterzijdige corrosie’ ontstaat in de praktijk voornamelijk onder invloed van de (chemische) watersamenstelling en de temperatuur in het drinkwatersysteem.

  • Waterbehandeling met polyfosfaat verhelpt en voorkomt aantasting van koperen waterleidingen als gevolg van waterzijdige corrosie, zelfs onder suboptimale waterchemische omstandigheden.


De invloed van waterkwaliteit op de beschermende passieve oxidelaag

De waterkwaliteit is van fundamentele invloed op de vorming, integriteit en corrosiebestendigheid van de passieve oxidelaag in koperen leidingen.

In een goed ontworpen drinkwatersysteem vormt zich onder gunstige omstandigheden spontaan een beschermende laag van koper(I)oxide (Cu₂O) op het binnenoppervlak van de leiding. Deze laag biedt, mits stabiel, een zekere mate van passieve bescherming tegen uniforme corrosie. Zodra de waterchemie echter zodanig is dat deze laag lokaal wordt afgebroken (of de vorming ervan wordt verhinderd), kan putcorrosie ontstaan. We spreken dan van ‘waterzijdige corrosie’.

Waterzijdige corrosie ontstaat onder invloed van de chemische samenstelling van het water en lokale omstandigheden zoals temperatuur en stroming, die beïnvloeden hoe snel en waar  corrosieprocessen optreden. Hieronder zetten we de belangrijkste waterchemische parameters en hun effecten uiteen.

1. pH-waarde

De pH-waarde is van directe invloed op het oxidatiegedrag van koper. Onder neutrale tot licht basische omstandigheden (pH 7,0–8,5) vormt zich Cu₂O; een relatief stabiele, dicht hechtende oxidelaag die bescherming biedt tegen verdere metaaloplossing.

Bij lagere pH-waardes (< 7) treedt versnelde oplossing van Cu₂O op, terwijl bij hogere pH-waardes (> 9) Cu(OH)₂-precipitaten (afzettingen) worden gevormd door de hydrolyse van koperionen. Deze precipitaten zijn poreus, hechten slecht aan het oppervlak en bieden aanzienlijk minder bescherming tegen verdere corrosie dan Cu₂O.

In praktijksituaties blijken leidingen met zacht (onthard), licht zuur water significant vaker aangetast door putcorrosie dan leidingen met licht basisch water.

2. Alkaliteit en buffercapaciteit

Alkaliteit – een waarde die grotendeels wordt bepaald door de concentratie van bicarbonaationen (HCO₃⁻) – bepaalt in sterke mate de bufferende werking van water tegen lokale verzuring. Tijdens pitgroei hydrolyseren koperionen tot Cu(OH)⁺ en Cu(OH)₂ waarbij H⁺ vrijkomt, wat de lokale pH verlaagt.

Bij gebrek aan voldoende alkaliteit (typisch < 60 mg/L HCO₃⁻) wordt deze verzuring niet gecompenseerd, waardoor de passieve laag wordt aangetast en de pit zich verder verdiept. Onder buffering met voldoende HCO₃⁻ blijven de pH-fluctuaties gedempt, wat essentieel is voor de integriteit van de oxidelaag.

3. Chloriden (Cl⁻)

Chloride-ionen zijn algemeen erkend als agressieve anionen in koperwaterchemie. Zij verstoren de groei en hechting van de passieve laag doordat zij zich richten op defectzones in Cu₂O- of Cu(OH)₂-structuren en daar de integriteit van de oxidefilm ondermijnen.

Cl⁻-ionen diffunderen bovendien gemakkelijk in pits en dragen bij aan de elektrolytische geleidbaarheid, wat anodische en kathodische reacties versnelt. Zelfs bij concentraties < 50 mg/L (ver onder de Nederlandse norm van 150 mg/L) kunnen chloriden bij lage pH significant corrosief zijn, zeker bij warm water of lage stroomsnelheden.

4. Zuurstofverdeling en -oplosbaarheid

Zuurstof is nodig voor de kathodische reactie (O₂ + 2H₂O + 4e⁻ → 4OH⁻) die de anodische oplossing van koper in stand houdt. Bij ongelijke zuurstofverdeling (zoals onder afzettingen, in stilstaand water, of in dode hoeken) ontstaat een redoxgradiënt: goed beluchte zones fungeren als kathode, zuurstofarme zones als anode. Dit bevordert lokale corrosiecellen, de aanjager van putcorrosie.

Ook als de oplosbaarheid van zuurstof verlaagd is, zoals in warmwatersystemen, neemt de kans op zuurstofarme zones toe.

 5. Watergeleidbaarheid

Een hogere geleidbaarheid (μS/cm) correleert met hogere ionenmobiliteit en een lagere elektrische weerstand van het water. Dit versnelt de ionenoverdracht tussen anode en kathode binnen een corrosiecel, waardoor pitgroei en metaaloplossing toenemen. Vooral in water met lage buffercapaciteit of veel opgeloste zouten (zoals Cl⁻, NO₃⁻, SO₄²⁻) kan dit leiden tot versnelde schade, ook bij pH-neutraliteit.

6. Waterhardheid (Ca²⁺ / Mg²⁺)

De hardheid van water kan op verschillende manieren een rol spelen in relatie tot (put)corrosie:

  • Matige hardheid kan de vorming van een dunne calciumcarbonaatfilm bevorderen, die aanvullend passiverend (beschermend) werkt.

  • Een zeer lage hardheid wijst vaak op geringe mineralisatie en beperkte buffercapaciteit, waardoor lokale pH-dalingen kunnen plaatsvinden, een bekende risicofactor voor putcorrosie.

  • Bij hoge hardheid kan kalkafzetting optreden, met daaronder lokaal lagere zuurstofbeschikbaarheid tot gevolg, wat de kans op putvorming vergroot. 


Conclusie: de invloed van waterkwaliteit op corrosie

De waterkwaliteit beïnvloedt het corrosiegedrag van koperleidingen via complexe, onderling samenhangende chemische mechanismen aan het metaal-watergrensvlak. Met name pH, alkaliteit, chloridebelasting en de verzadigingstoestand van het water bepalen of zich een stabiele beschermende laag kan vormen. (Bron: ‘Conditionering: de optimale samenstelling van drinkwater’, KWR/Kiwa.)

Onvoldoende bufferend vermogen of een negatieve verzadigingsindex vergroot de kans op oplossend gedrag en lokale doorbraak van de passieve laag, hetgeen putcorrosie kan initiëren. Putcorrosie is in de meeste gevallen geen materiaalfout, maar het gevolg van een lokaal verlies van stabiliteit van de passieve oxidelaag onder invloed van de waterchemie en temperatuur. (Bron: ‘Copper Corrosion and Biocorrosion Events in Premise Plumbing’.)

 

BlueRex systeem: waterbehandeling met polyfosfaat voor het tegengaan van putcorrosie

Het BlueRex systeem biedt installateurs een veilige en effectieve manier om rechtstreeks in te grijpen op de waterchemische processen die ten grondslag liggen aan putcorrosie. Door gecontroleerde dosering van natriumpolyfosfaat ondersteunt ons systeem actief de vorming en hechting van een stabiele passieve oxidelaag op het koperoppervlak. Experimenteel onderzoek laat zien dat fosfaatdosering de initiële koperoxidatie en massaverandering significant kan reduceren.

Tegelijkertijd worden lokale pH-schommelingen gebufferd, met name in beginnende pits, wat verzuring en verdere aantasting van de oxidelaag tegengaat. Dit stabiliseert corrosiegevoelige zones, ook onder minder gunstige waterchemische omstandigheden. Aangezien putcorrosie primair wordt gestuurd door de waterchemische randvoorwaarden en de stabiliteit van de passieve laag, biedt gerichte conditionering een effectieve manier om het corrosierisico te beheersen zonder ingrijpende wijzigingen aan de drinkwatersamenstelling.

Kortom: een structurele oplossing tegen waterzijdige corrosie, die de levensduur van het leidingnet aanzienlijk verlengt.

Meer weten over het BlueRex systeem? Plan een vrijblijvende QuickScan.

Meer kennisbankartikelen

Vorige
Vorige

Hoe is putcorrosie te voorkomen?

Volgende
Volgende

Invloed van thermische desinfectie op corrosie in circulatieleidingen